Blog: verslag Dag van de Integriteit 2014

Afgelopen dinsdag waren Peter Otten en ik aanwezig op de Dag van de Integriteit, georganiseerd door Bureau Integriteitsbevordering Openbare Sector. De opkomst van bijna 300 deelnemers, de burgemeester van Rotterdam die in zijn agenda schuift om te kunnen aftrappen, een open en kwetsbare bijdrage van minister Plasterk die rechtstreeks vragen van het publiek beantwoordt en kwalitatief goede sprekers. Ruim 20 jaar na de uitspraak van toenmalig minister Ien Dales dat “een beetje integer niet bestaat”, is duidelijk dat integriteit een belangrijk onderwerp is dat de gemoederen binnen het openbaar bestuur bezighoudt.

Eén van de uitspraken waar ik op aansloeg was die van BIOS-voorzitter Marijn Zweegers. Zij gaf aan dat gebrekkige verankering van integriteitsmanagement binnen de overheid het grootste probleem vormt. Integriteit gaat vaak over wat je niet mag, wat niet goed is of niet goed zou zijn. Zelfs in deze tijd waar steeds meer mensen zich bewust worden van het feit dat het vaak gaat om grijze gebieden. Of zoals Ronald Plasterk onlangs in Binnenlands Bestuur zei: een beetje integer kan wél.

De tendens dat integriteit meer en meer wordt opgepakt als integraal onderdeel van het professioneel functioneren en ontwikkelen van organisaties juich ik van harte toe. In onderzoeken naar (vermoedens van) incidenten heb ik veel kwesties gezien waar het serieus misging. Een dergelijk incident is dan ook vaak aanleiding om aan preventie te werken. In die zin werkt de psyche van een organisatie niet anders dan die van een individu: inbraakpreventie wordt een stuk pregnanter als er een keer thuis is ingebroken bij jou of de buurman. Het is echter wel een gemiste kans voor organisaties om daar op te wachten. Preventie levert meer op dan enkel het voorkomen van incidenten. Medewerkers raken meer geïnspireerd en zijn bewuster met hun werk en de context daarvan bezig. De professionaliteit neemt daardoor toe. Net als dat het investeren in inbraakpreventie positieve neveneffecten heeft: meer rust binnen het gezin, lagere verzekeringspremie, bewustwording over andere risico’s zoals brand en een veel beter bewustzijn van de omgeving.

De bijdrage van Cees van Riel vond ik daarbij erg zinvol. Hij stelde duidelijk dat integriteit geen doel op zich is maar een middel. Het gaat er daarbij volgens Van Riel om dat je medewerkers (red: iedereen in de organisatie) meekrijgt. Wat verwachten we van je en waarom is dat belangrijk? Duidelijkheid scheppen en inspireren. Welk doel hebben we hiermee voor ogen?

De uitspraak van burgemeester Aboutaleb: “in Rotterdam slaapt niemand op straat” vind ik daarbij een mooi voorbeeld. Duidelijke taal met een positieve insteek.  Daar wil iedereen wel aan werken. Toch?

Wat opvalt is de worsteling om dergelijke duidelijke lijn in de praktijk handen en voeten te geven. In mijn visie maken we dat bij integriteit vaak te ingewikkeld. Hou het simpel en begin klein, maar wel vanuit een bredere visie. Elementen als uitleggen, luisteren, begrip tonen, feed back geven, regelmatig bespreekbaar maken en uitdiepen van casuïstiek spelen daarin een centrale rol.

Met een beperkte kapstok (beleid) en een overzichtelijk programma voor het meenemen van de medewerkers in het gedachtengoed zou een organisatie al flinke stappen maken. Blijf je bewust van het feit dat het om mensen en verandering gaat. Trek er voldoende tijd voor uit en zorg ervoor dat leidinggevenden overtuigd raken van het nut van goed integriteitsbeleid, zodat ze dit ook uitdragen en op gaan sturen.

Hessel van Bruggen
Managing Partner