Schoenmaker blijf bij je leest

Het Financieele Dagblad pakte deze week groot uit met een artikel, waarin stond dat advocaten steeds vaker, ten koste van accountants, de markt voor forensische onderzoeken betreden. Managing Partner Frank Erkens is van mening dat advocaten en accountants, afzonderlijk én gezamenlijk, onvoldoende invulling kunnen geven aan de eisen van zorgvuldig én volledig onderzoek.

Accountants en advocaten hebben tegengestelde visies ten aanzien van forensische onderzoeken. Beide beroepsgroepen claimen een leidende rol bij het doen van dergelijke onderzoeken naar financieel-economische criminaliteit en waarheidsvinding. Deze gewenste rol is vanuit commercieel oogpunt begrijpelijk: advocaten en accountants worden geconfronteerd met veranderende verdienmodellen en zien de markt van forensische onderzoeken als een verlengstuk van hun huidige dienstverlening. Uit het artikel blijkt echter dat beider visies niet altijd het belang van de opdrachtgever dienen.
Het is bijzonder om te lezen dat onafhankelijk forensisch onderzoek door advocaten de waarheidsvinding ten goede komt. Bijzonder, omdat advocaten vanuit hun partijdige rol niet zelden al bij de start van een onderzoek over een eenzijdige juridische strategie praten zonder inzicht te hebben in het feitencomplex. De aanspraak van accountants wordt gelogenstraft, doordat hun aanpak vaak niet verder reikt dan de beoordeling van interne gegevens van de cliënt. Zij komen dan niet verder dan te rapporteren dat zij geen aanwijzingen van onregelmatigheden hebben kunnen vinden. Logisch, wanneer je je voornamelijk beperkt tot interne gegevens. Waarheidsvinding bij financieel-economische criminaliteit is daardoor in veel gevallen een utopie. De gebrekkige afwikkeling van schandalen bij beursgenoteerde en andere ondernemingen toont aan dat de aanpak van financieel-economische criminaliteit een vak apart is. De rapporten die bijvoorbeeld Imtech en Ordina hebben uitgebracht over de aard en omvang van mogelijke onregelmatigheden, laten zien dat de aanpak van dergelijke onderzoeken beperkt en gefragmenteerd is. Bovendien zijn de resultaten ervan gering. Het aansprakelijk stellen van de verantwoordelijken en het terughalen van verdwenen financiële middelen is jammer genoeg in veel gevallen een brug te ver. De vraag is of de bestuurders van ondernemingen tot soortgelijke besluiten waren gekomen als zij een beter beeld hadden gehad van de aard en omvang van de onregelmatigheden.

De beperkte aanpak van onderzoeken naar de aard en omvang van de onregelmatigheden leidt in te weinig gevallen tot gerechtigheid voor de benadeelde ondernemingen, aandeelhouders en andere stakeholders. Het is daarnaast mijn ervaring dat bestuurders vaak worstelen met incidenten en niet goed geïnformeerd worden over een adequate aanpak van deze incidenten. Bovendien zijn bestuurders bang dat onderzoeken veel geld kosten, terwijl daar onvoldoende resultaten tegenover staan. In die gevallen dat de casus wel aan de rechter wordt voorgelegd, komt de rechter op grond van het beperkte feitencomplex in de optiek van de benadeelden vaak niet tot een goede feitenvaststelling en rechtvaardige uitspraak. Dit leidt niet alleen tot een teleurstelling bij de direct betrokkenen, maar het ondergraaft tevens het maatschappelijk vertrouwen in de betrokken ondernemingen én in het rechtssysteem.

Waarheidsvinding moet naast onder meer hoor en wederhoor worden gezien als een belangrijk beginsel van het civiele procesrecht. Procespartijen dienen zich vanuit de fundamentele procesbeginselen en een oprechte en correcte grondhouding in te spannen om de rechter een volledig en waarheidsgetrouw beeld te schetsen. Deze kan vervolgens de feiten in de noodzakelijke context plaatsen en relaties leggen tussen de feiten en de geldende rechtsregels. Gelet op het feit dat bij financieel-economische criminaliteit geen sprake is van oprechtheid en correctheid, zal de benadeelde partij moeite hebben aan waarheidsvinding te doen. De forensisch onderzoeker zal zich er daarom van bewust moeten zijn dat waarheidsvinding verder gaat dan het bekijken van emails en interne documenten. Helaas is deze beperkte aanpak wel de dagelijkse praktijk bij menig onderzoek. De complexiteit van menig casus op het terrein van financieel-economische criminaliteit vraagt meer dan een eenzijdige aanpak van één specialist. Advocaten en accountants, afzonderlijk én gezamenlijk, kunnen onvoldoende invulling geven aan de eisen van zorgvuldig én volledig onderzoek. Het vergt een brede, multidisciplinaire aanpak van verschillende specialisten die gericht is op volledige en waarheidsgetrouwe waarheidsvinding en het terughalen van verdwenen financiële middelen. De verschillende schoenmakers moeten vanachter hun eigen leest een bijdrage leveren aan een goed eindproduct.